NETHERLANDS DRUG POLICY FOUNDATION

Onze visie op het cannabis experiment, en het recente rapport-Tops cs over de productie van synthetische drugs in ons land

Aan: De Vaste Tweede Kamer commissies voor Justitie en Volksgezondheid

Dames en Heren,

Hieronder geven wij onze visie op:

  • het cannabis experiment, en
  • het recente rapport-Tops cs over de productie van synthetische drugs in ons land.

Het cannabis experiment:

Het rapport van de Commissie Knottnerus verdient lof. Echter:

  1. op éen essentieel punt na : de eis dat de deelnemende coffeeshops alleen het legale product mogen verkopen; het ‘exclusieve model’. Het Kabinet heeft deze eis overgenomen.
  1. Hasj, nu zo’n 20% van hun omzet, valt dan weg. Hasj kan nl niet binnen de 4 jaar hier geteeld worden.
  2. Bovendien is het niet waarschijnlijk dat het legale product alle variëteiten die de deelnemende coffeeshops nu verkopen direct kan vervangen.
  3. Daarmee verschraalt het aanbod binnen die coffeeshops. Weg enthousiasme !
  1. De Commissie, en het Kabinet met haar, begaat hier een denkfout: nl dat zij aan de cannabismarkt hun wil kunnen opleggen. Dat lukt de overheid nl al 30-40 jaar niet.
  2. De deelnemende coffeeshops opereren temidden van niet-deelnemers in omringende gemeenten, straatdealers en on-line aanbieders. In die concurrerende markt wordt het legale product gelanceerd.
  3. Lukt dat op de voorgestelde exclusieve wijze? Het is alsof men alle supermarkten in een bepaalde gemeente verplicht van nu af aan alleen nog maar biologische producten te verkopen. Wat zou hun dan te wachten staan?
  1. Ingroeimodel.  Alternatief is dat de deelnemende coffeeshops het legale product als aanvulling op hun bestaande assortiment krijgen. Zo kan het populair worden en het illegale verdringen. Geen dwang, maar verleiding !
  2. De Commissie verwerpt dit met slechts 2 zinnen:                                                “omdat de gesloten keten zo niet gewaarborgd kan worden, en inmenging van het criminele circuit het experiment kan beïnvloeden. Bovendien bemoeilijkt een dergelijke situatie ook het onderzoek naar effecten aanzienlijk”.
  3. Beide zinnen weerspiegelen de illusie van almacht. Realistisch zou zijn: “via het ingroeimodel wordt uitgevonden met welke legale producten en producenten de gesloten keten kan worden gerealiseerd, zodat de criminaliteit wordt buitengesloten en de effecten kunnen worden gemeten”. 
  4. Zodra het legale assortiment het illegale kan vervangen wordt overgegaan op het gesloten circuit.

Rapport-Tops cs:

  1. Ten onrechte is in de publiciteit de indruk gewekt als zou de omzet van de productie van amfetamine en xtc in ons land rond E 19 miljard bedragen. Dat bedrag is echter volgens het rapport de omzet in de buitenlanden waar de in ons land vervaardigd drugs uiteindelijk verkocht worden.
  2. De omzet van de productie van amfetamine en xtc in ons land zou E 610 bedragen. Nog een heel bedrag maar wel van een andere orde. Op beide berekeningen is gezouten kritiek gekomen *. Vast staat wel dat de illegale productie ondermijnend is.
  3. Het rapport bepleit als oplossing meer politie en samenwerking. Hetzelfde als hetgeen in de afgelopen 40 jaar tot de huidige situatie heeft geleid.
  4. Het roer moet om. Het is tijd voor slimmer beleid. Evenzo als voor cannabis dienen er proefprojecten te worden gestart met legale productie en verkoop aan meerderjarigen.

R.Dufour, 23-10-18

*Voor kritische beschouwing op het rapport-Tops zie o.a.: Koert Swierstra- website Stichting Drugsbeleid

Advies aan de legaliseringscommissie

Dit is het advies zoals het door de stichting is uitgedragen aan de commissie Knottereus.

aan: De Adviescommissie Experiment Gesloten Coffeeshopketen.

Geachte Commissieleden,

De Stichting Drugsbeleid is erkentelijk voor de uitnodiging. Vanaf onze oprichting in 1996 zetten wij ons in voor een drugsbeleid met minder criminaliteit en gezondheidsrisico's. De weg daarheen gaat naar onze overtuiging via het toestaan van  drugs onder verstandige  voorwaarden.

Het verbod en de daaruit voortgevloeide drugsoorlog zijn een doodlopende weg. Minister Grapperhaus heeft immers meegedeeld dat politie en justitie slechts 10% van de drugs onderscheppen, terwijl de recherchechef verklaarde dat al hun inspanningen geen merkbare invloed op de prijs hebben en dat zij de strijd tegen drugscriminaliteit niet kunnen winnen  (10-4-18, Volkskrant en NOS).

Reden temeer dus voor het Experiment! Het is een historische kans om cannabis, de meest gebruikte drug, van begin tot eind onder controle van de maatschappij te brengen. In 1998 bepleitten wij dit al in onze brochure "Coffeeshop uit de schaduw - plan voor regulering van de achterdeur".

Het experiment kan naar onze mening slagen als er aanpassingen komen. Hieronder zetten wij dat uiteen.

  1. 1. Fremkörper

De gedoogde verkoop van cannabis via coffeeshops heeft ertoe geleid dat deze een rijk geschakeerd palet aan varieteiten verkopen. Volgens het voorstel van het Kabinet wordt nu in deze markt een "Fremkörper" neergelaten in de vorm van legaal geteeld product binnen een beperkt aantal coffeeshops, die alleen nog het legale produkt mogen verkopen. Voorts ziet het er naar uit dat de kweek aan éen of slechts enkele kwekers wordt gegund. Wat gaat er dan gebeuren?

  1. 2. Risico coffeeshops.

In de eerste plaats zou hasj - een kwart van de omzet van coffeeshops- dan niet aangeboden kunnen worden, want die buitenteelt wordt hier binnen de 4 jaar niet mogelijk geacht. In de tweede plaats is het onwaarschijnlijk dat de enkele legale kwekers het volledige palet van de verkozen coffeeshops kunnen produceren; de shops betrekken hun aanbod nu van een veelvoud aan kwekers. Daarmee dreigt voor de coffeeshops een aanzienlijk verlies aan omzet en aantrekkelijkheid.

  1. 3. Hasj.

Wij stellen daarom voor dat de aangewezen coffeeshops naast de nieuwe, legale produkten desgewenst ook hun bestaande assortiment van hash en andere producten mogen blijven verkopen. Legale wiet die netjes, zonder kwalijke bestrijdingsmiddelen wordt geproduceerd, van deugdelijke etikettering over sterkte en samenstelling is voorzien en niet of nauwelijk duurder is, krijgt daarbinnen dan een mooie entree.

  1. 4. Organische ingroei.

Langs deze 'organische' weg worden de consumenten niet voor het blok gezet maar verleid. En zo lopen de aangewezen coffeeshops niet het risico om klanten te verliezen maar gaan zij hun best doen ze voor het legale produkt te winnen. Beider welwillendheid en liever nog enthousiasme is onontbeerlijk voor het welslagen van het experiment !

  1. 5. Prijs.

Wij noemden het legale product 'niet of nauwelijks duurder ' dan het illegale. Dat wordt cruciaal voor het succes of falen in een markt, waar rondom de uitverkoren coffeeshops een zwarte markt en in nabije gemeenten andere coffeeshops hun waren aanbieden. Illegale producenten leggen een risicopremie op hun verkoopprijs omdat ze opgerold kunnen worden. Bij het legale produkt vervalt die, maar daar staat tegenover dat er inkomstenbelasting en btw wordt geheven. Zou de verkoopprijs van het legale produkt te hoog of te laag worden dan zou gereguleerd moeten worden door verlaging of verhoging van belasting (accijns?).  

  1. 6. Evaluatie.

Dat brengt ons op de vraag of legale productie het cannabisgebruik zal verhogen, verlagen of dat het geen verschil zal maken. Wanneer er geen ingrijpende verandering van de omzet bij de deelnemende coffeeshops optreedt is het antwoord simpel. In dat geval vermindert de criminaliteit en verbetert de gezondheid evenredig met de verkoop van het legale produkt.

Wij verwachten geen grote veranderingen omdat de markt al   zo'n 30-40 jaar vrij toegankelijk is en het niet in de rede ligt dat een -legale en meer biologische maar niet fundamenteel andere- produktiewijze de totale consumptie van cannabis ingrijpend zal beinvloeden.

Evaluatie van het experiment hoeft dan echt geen 4 jaar te duren.

Pas als de omzet aanzienlijk groter dan wel kleiner wordt is de evaluatie ingewikkeld. Dan zou uitgezocht moeten worden of dat komt door instroom van nieuwe gebruikers, of gepaard gaat met verschuiving naar, of vanuit, andere coffeeshops dan wel andere drugs of alcohol, en of dat gunstig of ongunstig uitpakt.

Als bij de start een 0-meting gedaan wordt en vervolgens de vinger aan de pols wordt gehouden is het voorgestelde terugdraaien van het experiment na 4 jaar onnodig.

  1. 7. Opschieten!

Tenslotte nog dit. De 'laboratorium' opzet die het Kabinet voorstelt is gecompliceerd en traag. Op zijn vroegst is pas in 2025/26 evaluatie en nieuw beleid te verwachten. Ondertussen verandert de wereld. In de VS is nu al in 9 staten cannabis voor recreatief gebruik wettelijk toegestaan. Canada volgt binnenkort en in Azie, Israel en Latijns Amerika borrelt het.

Te verwachten valt dat op korte termijn multinationals gaan ontstaan die met uitbundige reclamebudgetten en geavanceerde produktiemethoden de wereld gaan bestormen.

Willen wij ons sociale coffeeshopmodel behouden -en liefst een graantje meepikken van de zich ontwikkelende enorme markt- dan dient Nederland haast te maken met legalisering !

Rapport Fijnaut-De Ruyver

Het rapport Fijnaut-De Ruyver: wetenschap of politiek?

 
Tom Decorte
Professor criminologie, Instituut voor Sociaal Drugsonderzoek (Universiteit Gent)
 
Een nieuwe narcoticabrigade oprichten, meer agenten in de Euregio Maas-Rijn, een actieplan voor parket en politie, méér politionele bevoegdheden, een betere juridische samenwerking, en een vermindering van het aantal coffeeshops in Nederland. De (niet geheel onbevooroordeelde) hoogleraren pleiten zonder meer voor meer repressie. Dat is een vreemde bocht voor een wetenschapper, als je de jaren voordien als veiligheidsadviseur van de Belgische overheid een architect van het gedoogbeleid bent geweest. Maar met wetenschappelijke inzichten in de mechanismen die de cannabismarkt heden ten dage drijven, gestoeld op empirisch onderbouwde argumenten, heeft dit rapport niks van doen. Over de symptomen zijn we het eens: het coffeeshopmodel staat onder druk: de coffeeshops zijn te groot geworden, de drugstoeristen veroorzaken overlast en trekken illegale drugsrunners aan, aan de achterdeur van de coffeeshops opereren professionele criminele netwerken.
Empirische studies in België en Nederland hebben onderhand aangegeven wat daarvan de echte oorzaken zijn. Voor Nederland: de reductie van het aantal coffeeshops (waardoor de resterende cannabiswinkels steeds groter worden), de laksheid van de Nederlandse overheid in het regelen van de achterdeur, en de repressieve aanpak van de cannabisteelt. Die laatste strategie heeft de kleinere, idealistische telers wel afgeschrokken maar de winstbeluste louche figuren juist aangetrokken. Voor België: het installeren van een halfslachtig -en lange tijd onduidelijk- gedoogbeleid, en de harde aanpak van de dealpanden. De onuitgesproken boodschap naar de cannabisconsument: ga je spul maar in Nederland halen. En voor beide landen: de illegaliteit van het product is sowieso de belangrijkste motor van de cannabiseconomie geweest.
Deze wetenschappelijke argumenten, die vaak een oorzakelijk verband suggereren tussen de kenmerken van de cannabismarkt en het bestrijdingsbeleid zélf, worden in het rapport Fynaut-De Ruyver niet genoemd, laat staan oordeelkundig weerlegd. In de plaats daarvan voeden de auteurs de illusie dat we door meer politie en justitiële samenwerking het gebruik en de distributie van cannabis beter zullen kunnen beheersen. De discussie over alternatieve vormen van regulering wordt gesmoord met one-liners (de verdragen staan het niet toe, en er is geen draagvlak) die beter in de mond van een politicus passen, dan in die van een wetenschapper.
De maatregelen die beide hoogleraren voorstaan, zullen geen enkele Belg of Nederlander minder doen blowen. Ze zullen wel leiden tot meer illegale bevoorradingskanalen (waar ook andere producten makkelijk te verkrijgen zijn) en nog meer louche spelers op de cannabismarkt. Daarmee wordt de overlast wel gespreid, niet gereduceerd. En de volksgezondheid betaalt het gelag. De softdrugsmarkt, en daarmee ook de kwaliteit, de sterkte en de prijs van het product, zal nog meer onbeheersbaar blijken te zijn. Het blijft dweilen met de kraan open, tenzij de impliciete bedoeling is om meer werkgelegenheid te creëren voor politie- en justitiedienders. Overigens: waarom ontbreekt bij de voorstellen van Fynaut en De Ruyver een schatting van de kosten van de voorgestelde maatregelen? En kunnen zij hun strategieën vertalen in objectief meetbare effecten (in termen van overlastreductie, reductie van cannabisgerelateerde criminaliteit en positieve effecten voor de volksgezondheid)? Want alleen dan kunnen onafhankelijke wetenschapslui in de toekomst het voorgestelde beleid op zijn legitimiteit evalueren…
 

Brief Klink 07/2008

31-7-2008

aan: De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dr. A. Klink
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Postbus 20350
2500 EJ Den Haag
 
onderwerp: drugsbeleid
 
Geachte heer Klink,
Wij vernamen dat het in Uw bedoeling ligt in september a.s. een brief te
doen toekomen aan de Tweede Kamer over de komende evaluatie van het Nederlandse drugsbeleid.
Wij gaan er van uit dat bij deze evaluatie ook ngo’s zoals de onze zullen worden betrokken. Wij melden ons bij deze graag daartoe aan. Ook bij de beraadslagingen bij de VN te Wenen inzake de evaluatie van het gevoerde en te voeren drugsbeleid is in de afgelopen tijd een wereldwijde betrokkenheid van NGO’s georganiseerd *. In EU-verband is een dergelijke exercitie eveneens van start gegaan. De nationale beleidsvorming mag o.i. op dit punt niet achterblijven.
 
Inmiddels willen wij u nu reeds in overweging geven minstens ook de volgende punten in de evaluatie te betrekken:
 
1. Volksgezondheid. Het beleid beoogt met name bescherming van de zwaksten. Geeft de samenstelling van de groep verslaafden, zoals die zich aandient bij de verslavingszorg en de ISD, geen aanleiding voor twijfel of het strafrecht de beoogde bescherming wellicht eerder belemmert dan bevordert? Biedt gecontroleerde verstrekking van middelen zoals bepleit door instellingen perspectief?
 
2. Coffeeshops: de gereguleerde verkoop voorkomt dat gebruikers in conflict met de strafwet raken. Welke sancties: strafrechtelijke maar ook administratieve (zoals intrekking van rijbewijs, ontslag e.d.) worden in omringende landen toegepast. Hoeveel procent van de cannabisgebruikers wordt daardoor in die landen getroffen, en is in ons land daarvoor behoed?
 
3. Criminaliteit: hoe groot is het aandeel van de drugsprohibitie in de totale criminaliteit? Bekend is het aandeel Opiumwet-delicten. Maar van belang is dat daarnaast ook wordt onderzocht wat de ernst en omvang is van indirecte gevolgen, zoals: witwassen, omkoping of bedreiging van politie, magistraten en gevangenispersoneel, onderlinge afrekeningen, aantasting van sectoren als de onroerend-goed handel en de horeca e.d.
 
4. Kosten: wat zijn de economische gevolgen van het drugsbeleid en de (in)directe criminaliteit tengevolge van de prohibitie. Zal een kosten/baten exercitie deel uitmaken van de evaluatie?
 
5. Internationale dimensie. Het wereldwijde drugsverbod is tot op heden door Nederland gesteund. Ons land ondervindt de gevolgen rechtstreeks in de grenssteden, alsmede in de Nederlandse Antillen en Afghanistan. Ook wordt de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking in diverse landen sterk beïnvloed door de prohibitie. Een overzicht van die gevolgen mag o.i. niet ontbreken.
 
Graag vernemen wij uw reactie.
Hoogachtend, namens de Stichting Drugsbeleid
mr R. Dufour, voorzitter
 
*NB: De wereldwijd georganiseerde betrokkenheid van welhaast diametraal
divergerende NGO’s leidde in week 29 (14-18 juli) van dit jaar in de
slotvergadering van zo’n 300 afgevaardigden uit de gehele wereld te Wenen
tot de aanneming van een unanieme resolutie. Daarin werd o.m. opgeroepen tot het volgende:
- The UN to report on the collateral consequences of the current criminal justice-based approach to drugs and to provide an “analysis of the unintended consequences of the drug control system”.
 

Politie-academie onderzoek ‘waar een klein land groot in kan zijn

POLITIE-ACADEMIE ONDERZOEK ‘WAAR EEN KLEIN LAND GROOT IN KAN ZIJN’ (aug. 2018)

  1. Het onderzoek: vraagstelling , scope en sweeping statements

Dat er in ons land veel geld wordt verdiend met de productie en distributie van XTC en amfetamine, ook voor de export, lijdt geen twijfel. De door de politie onderschepte partijen en ontmantelde laboratoria wijzen daar­op. Maar hoeveel? En hoeveel van de wereldwijde distributie is ‘Nederlandse’ drugscriminaliteit? En als het op grote schaal in Nederland gebeurt, waarom dan juist hier?

Het rapport van de Politieacademie zag het licht op 25 augustus 2018. Het kreeg veel aandacht in de media, te beginnen met de Volkskrant 25/08/18 en van collega-onderzoekers onder meer in de Volkskrant 27/08, ScienceR 28/08, Hart van Nederland 30/08, CrimeSite 31/08, NRC 04/09 en NRC 07/09. Het onderzoek stelt interessante vragen. De onderzoekers moesten zich uiteraard baseren op schattingen. Maar wat ze konden overzien, hebben ze grondig aangepakt: een inventarisatie en bewerking van gegevens over inbeslagnames door politie, FIOD en Douane, hoeveelheden gebruikte chemicaliën, omzet van laboratoria, en omvangschattingen van de productie van XTC en amfetamine. De studie is gedaan vanuit het opsporingsperspectief, en dat is natuurlijk volstrekt legitiem. In de woorden van de onderzoekers:  Onze analyse kiest het opsporingsbelang als vertrekpunt (pag. 11/12).

In deze notitie verwijzen we steeds naar het uitgebreide rapport (de onderzoekers hebben tevens een verkorte versie gemaakt). Cursief zijn letterlijke citaten. De vraagstelling luidt (pag. 10/11):

  1. 1. Wat is een plausibele en geloofwaardige schatting van de minimale omvang van de productie van en handel in synthetische drugs in Nederland, zowel in termen van betrokken personen als van financiële omzet?
  2. 2. Wat is de operationele werking van het syndru-systeem: wie doet wat, welke grondstoffen zijn nodig, waar komen die vandaan, wat zijn de onderlinge verhoudingen in de criminele wereld en welke ontwikkelingen hebben zich daarin voorgedaan? Wat is de internationale dimensie van het systeem?
  3. 3. Wat weten we over de effectiviteit van de aanpak en bestrijding van het verschijnsel. Wat lijkt te werken, wat niet?

Gaandeweg het onderzoek heeft zich één nieuwe vraag opgedrongen: hoe kan het dat Nederland nu al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw zo’n vooraanstaande rol speelt in de wereldwijde productie van synthetische drugs?

De hoofdvraag luidt dus: Hoe zit het met productie en handel in Nederland? Maar nu komt het: de onderzoekers zijn vervolgens naar iets heel anders op zoek gegaan. Hun onderzoek is met hen op de loop gegaan. Hun belangrijkste bevinding, nadrukkelijk naar buiten gebracht en door de media ook zo opgepakt, betreft de wereldwijde omzet van XTC en amfetamine, geproduceerd in Nederland, en de opbrengst in straatprijzen. Inclusief álle internationale tussen­handel, lokale tussenhandel, en de eindverkoop aan de gebruiker op straat in Australië, de VS, Zuid-Amerika, etc., zou sprake zijn van totale Nederlandse criminele XTC- en amfetamine-opbrengsten van  maar liefst € 18,9 miljard. Maar dat is natuurlijk iets heel anders dan in de vraagstelling vermeld.

  1. Levert het onderzoek een zinnige bijdrage aan de beleidsmatige en politieke discussie?

Het onderzoek zou een goede bijdrage kunnen leveren aan de beleidsmatige en politieke discussie over handhaving van het strafrechtelijk verbod, de benodigde politiecapaciteit, of juist meer regulering of eventueel legalisering van XTC en amfetamine. Doet het dat? Het antwoord is, zoals de lezer al heeft begrepen: nee. Zeker niet.

In het rapport blijkt de vraagstelling steeds meer op te schuiven naar de door de onderzoekers ‘gewenste’ spectaculaire uitkomsten. Gigantische bedragen die, bij elkaar opgeteld, wereldwijd uiteindelijk zouden worden behaald met in ons land geproduceerde XTC en amfetamine. Maar dan hebben we het al lang niet meer over de ‘omvang van de productie van en handel in synthetische drugs in Nederland’. Want alleen maar als al die internationale tussenhandelaren, lokale handelaren en eindverkopers van de XTC in Australië, Nederlanders zijn die die opbrengst vervolgens weer in de Nederlandse economie uitgeven of investeren - alleen dán zouden we kunnen spreken van totale Nederlandse criminele drugsopbrengsten. En dat is allemaal niet zo. Ook het wellicht door de media ontstane beeld als zouden die veronderstelde  € 18,9 miljard euro aan omzet rechtstreeks in de zakken terechtkomen van de producenten in Noord-Brabant en Limburg, staat in geen relatie tot de werkelijkheid.

  1. De belangrijkste bevindingen

De onderzoekers vatten hun bevindingen samen in onder meer de volgende punten (pag. 223-225):

  1. 1. Synthetische drugs zijn niet alleen een probleem van het Zuiden van Nederland maar een nationaal probleem met internationale consequenties voor de positie en het imago van Nederland. Het is alleen met voldoende, volhardende en toegewijde capaciteit en een constant brede internationale aanpak te  bestrijden. Daaraan heeft het de afgelopen jaren ontbroken.

2              Criminelen in Nederland hebben in 2017 voor ten minste 18,9 miljard euro geproduceerd aan XTC  en amfetamine (Noot: In economische termen is dit een uiterst twijfelachtige bewering). Dit is een schatting op basis van veldwerk vanaf de bron. We hebben conservatieve aannames gehanteerd. Het bedrag van 18,9 miljard euro betreft straatprijzen, in binnen- en buitenland. We kunnen dit beschouwen als de bijdrage die Nederlandse syndru- criminelen leveren aan de illegale wereldeconomie (Noot: Ook dit is geen zinnige bewering). Het bedrag kan worden gezien als het absolute minimum. Hoogstwaarschijnlijk ligt de werkelijke omzet beduidend hoger.

  1. 3. Een deel van die wereldomzet vloeit direct in de zakken van Nederlandse syndru-producenten en -handelaren. ‘Af-lab’, dat wil zeggen direct na productie in de laboratoria, gaat het om 610 miljoen euro. Bij de volgende fasen van verkoop schatten wij het aandeel van Nederlandse criminelen op ten minste € 3 tot 5 miljard. Over de voor criminelen cruciale fase tussen ‘af-lab’ en ‘straatverkoop’ – daar verdienen topcriminelen het meeste geld - is relatief weinig informatie beschikbaar. (Noot: Niettemin spreekt men stellig over ‘minstens 18,9 miljard’!).

Voor de duidelijkheid: de genoemde € 610 miljoen is ook een hoop geld, maar toch van een geheel andere orde dan die 18,9 miljard. En ook 3 tot 5 miljard is veel geld - maar deze schatting wordt door de onderzoekers zelf dus direct al gerelativeerd, als zijnde bepaald zacht! In de Slotbeschouwing staat: uiteindelijk verdienen er handelaren aan in alle delen van de wereld. Het zijn de tussenhandelaren en de straatdealers die naar alle waarschijnlijkheid het grootste deel van dit bedrag opstrijken. - Dus waar hebben we het nu eigenlijk precies over?

  1. Kritiek van collega-onderzoekers en experts: omvang van de binnenlandse consumptie

De Bijlage bij deze notitie gaat in op de omvangschattingen van de onderzoekers. Volgens hen worden er in ons land per jaar ruim 194.313.000 XTC-pillen gebruikt. Onder meer G.J. Peters (Open Universiteit) in ScienceR 28/08 en T. Nabben (Universiteit van Amsterdam) in de NRC 04/09 noemen deze schatting veel te hoog. Peters baseert zich onder meer op de Monitor Party Panel 15.1 waarvan hij mede-auteur is: “Daarin hebben we ook gevraagd wat voor dosis deelnemers een hoge dosis vinden (zowel in pillen als in milligram), en wat hun voorkeursdosis is. Deelnemers gaven aan dat ze 2.37 pillen een hoge dosis vonden, en 1.57 hun voorkeursdosis. In grammen gaven ze aan dat ze 208 milligram mdma (XTC) een hoge dosis vonden, en 166 milligram hun voorkeursdosis. Dit bevestigt dat de aanname dat mensen 10 pillen van 157 milligram mdma per gelegenheid nemen niet realistisch is. Een schatting van 3, maximaal 4 pillen per gelegenheid lijkt plausibeler (maar is dan nog fors aan de hoge kant). We komen dan uit op een totale pillenconsumptie van ruim 11 miljoen pillen in Nederland. Dit is een groot verschil met de schatting van ruim 194.313.000 uit het rapport; het is om precies te zijn 5.76% van deze schatting. (…) Er is dus iets fundamenteel fout gegaan met deze berekeningen. (…) 200 miljoen is zo’n groot getal dat ook iemand die geen onderzoek doet naar XTC-gebruik zou kunnen bedenken dat dit niet mogelijk is. ”

De onderzoekers stellen het aantal XTC-gebruikers in Nederland op 390.000. Hoeveel gebruiken die dan? Zouden die 194.313.376 pillen wegslikken, ofwel ieder ruim 498 pillen per jaar? Dat is onwaar­schijn­lijk, zo blijkt uit data van verschillende studies: het Grote Uitgaansonderzoek, dat de onder­zoekers zelf gebruikten, en dat van Party Panel. We kunnen uitrekenen wat er jaarlijks aan pillen zou worden geslikt als de 390.000 gebruikers tien XTC-pillen per gelegenheid zouden gebruiken: in totaal bijna 28 miljoen pillen per jaar. Dit staat in geen verhouding tot de becijfering van de onderzoekers van ruim 194.300.000.

Ook volgens de criminoloog Ton Nabben  (Universiteit van Amsterdam) wordt de productie en consumptie door het onderzoek zwaar overschat (NRC 4/9/18). Immers, volgens de officiële schattingen over een reeks van jaren zijn er in Nederland zo’n 180.000 personen van 18 jaar en ouder die in het afgelopen jaar amfetamine hebben gebruikt. Met de cijfers uit het rapport zouden zij op jaarbasis gemiddeld elke dag bijna twee gram hebben gebruikt. En die 390.000 mensen gemiddeld elke week zo’n tien stuks XTC. Ook volgens deze auteur is het ­bedrag van € 18,9 miljard - ondanks de lovenswaardige pogingen om tot betrouw­bare schattingen te komen - op drijfzand gebaseerd.

August de Loor, expert op het gebied van pillengebruik in Nederland (Stichting Adviesbureau Drugs en Stichting Drugs Beleid) noemt de omvangschattingen van het binnenlands gebruik eveneens veel en veel te hoog. Bij het combineren van de verschillende data in het rapport en op basis van zijn kennis van het gemiddelde slikgedrag in Nederland, concludeert hij dat volgens de onderzoekers in 2017 5 miljoen respectievelijk 10 miljoen personen XTC gebruikten. Dit is natuurlijk ondenkbaar. Bovendien, als hij de - weliswaar honderden miljoenen - euro winst beziet die de onderzoekers noemen en weet onder hoeveel directe en indirecte personen onder de poedermakers en pillen­draaiers dit verdeeld moet worden, dan staat dit ver af van de genoemde miljarden. Het rapport vermeldt dat men nauwelijks enig idee heeft waar al die miljarden nu naar doorgesluisd worden in de legale bovenwereld; wellicht is het dan gerechtvaardigd om te stellen dat er niet zóveel aan geld door te sluizen valt?

  1. Bijval voor het onderzoek

Er is ook bijval voor het rapport. Onderzoekers van het wateronderzoeksinstituut KWR verwijzen naar zeven jaar lang onderzoek naar resten van drugs in het rioolwater van Amsterdam, Utrecht en Eindhoven en zo’n vijftien kleinere gemeenten (NRC 07/09/18). Op basis van deze resten schatten ook zij de omvang van het XTC- en amfetaminegebruik in ons land lager dan het Politieacademie-rapport. Maar: vervolgens concluderen zij dat “als we ervan uitgaan dat de Politieacademie de totale productie van speed en XTC correct inschat”, er dus méér drugs zijn geëxporteerd dan het rapport vermeldt. In plaats van de € 18,9 miljard zou het dan maar liefst om € 21,7 miljard gaan. Zij volgen hier dezelfde (cirkel)redenering als de onderzoekers, zoals we hieronder zullen zien.

  1. Reactie van de onderzoekers op de kritiek

De onderzoekers reageerden 05/09/18 op de kritiek in een toelichting en een vlog, en 07/09/18 in de NRC. Ze tonen zich bereid de Nederlandse consumptie van XTC lager in te schatten. Echter hun  totale ­schatting, op basis van onderscheppingen en ontmantelingen, van de in Nederland geprodu­ceerde en verhandelde drugs blijft voor hen onwrikbaar staan. En aangezien de gemiddelde prijs in het buitenland (veel) hoger ligt dan in eigen land, komt hun schatting van de wereldwijde omzet van in Nederland geproduceerde XTC en amfetamine navenant hoger uit! Als we de 11,2 miljoen XTC-pillen (in Nederland geconsumeerd volgens de critici) als uitgangspunt zouden nemen, dan ligt het exportpercentage afgerond op 99% (binnenlands gebruik 1%). Waarschijnlijk ligt dit dichter bij de waarheid dan onze bewust voorzichtig gekozen export van 80%.Met een gemiddelde straatprijs van XTC in het buitenland van € 11,14 in plaats van € 3,50 in eigen land, komen de onderzoekers dan tot een opbrengst van in totaal € 20,3 miljard in plaats van € 18,9 miljard. Voorwaar een verrassende, voor hen zelf misschien ook triomfantelijke conclusie na alle kritiek op het rapport. Edoch, wat de onderzoekers hier doen is:

  • Tunnelvisie: mentaal niet meer in staat zijn om informatie toe te laten die buiten je eigen raam­werk valt; en daarenboven:
  • Een cirkelredenering: wat juist door hen aangetoond moet worden, namelijk de enorme omzetten wereldwijd, wordt hier als onwrikbaar uitgangspunt gehanteerd. Die grote omzetten zijn er (zeggen ze) en dus, als critici zeggen dat er veel minder in het binnen­land wordt gebruikt, nou, dan gaat dat (gaat wat?) dus per definitie naar het buitenland.

Dit is de verleiding van het eigen gelijk. Dat je kunt zeggen dat je eigen aanpak klopt en dat je critici je, goed beschouwd, alleen nog maar meer gelijk geven. Maar hiermee blijft het belangrijkste kritiekpunt op het onderzoek onverminderd staan, zoals vermeld in boven­staande paragrafen 2 en 3. Sweeping statements, maar geen plausibiliteit.

  1. Waarom juist Nederland?

De onderzoekers stellen zich de vraag waarom ons land zo’n (veronderstelde) prominente positie in de wereld heeft op dit terrein, en noemen drie ‘omstandigheden’ (pag. 220): de goede prijs-kwaliteitsverhouding van Nederlandse synthetische drugs, de lage of bescheiden pakkans voor de kopstukken en de relatief lage Nederlandse strafmaat, zeker in vergelijking met de draconische straffen in bijvoorbeeld Australië, China of Indonesië.

Edoch. Laten we deze drie factoren eens wat beter bekijken.

De eerste is geen verklaring, maar juist het gevólg, het product van een aantal factoren waar het onderzoek nu juist naar op zoek is. De tweede, de lage pakkans, is ook allesbehalve een verklaring. Nergens in het rapport wordt dit in internationale vergelijking aangetoond. Het is slechts een veronderstelling van de onderzoekers - omdat er in ons land meer brede aandacht zou zijn voor de volksgezondheids-aspecten van drugsgebruik, de chemische industrie wordt beschermd en diplomatieke relaties met het buitenland niet mogen worden geschaad. Maar met het zelfde recht zou je kunnen beweren dat de pakkans in Nederland juist gróót is. De onderzoekers  verwijzen nogal eens naar heroïne en cocaïne. Echter, de groei en productie daarvan in Derde Wereld landen vinden plaats met een vaak slecht functionerende politie­macht. De middelen kennen daar een lange geschiedenis met een zekere mate van inbedding binnen de lokale samenleving, met veel minder meldingen door burgers aan de politie. De smokkel gaat via grote organisaties naar wereldwijde  routes. Dát alles zorgt daar juist voor een lage pakkans. Bij lokaal geproduceerde drugs zoals XTC en amfetamine in de Westerse samenleving daarentegen, is sprake van betere opsporings­methoden, stankoverlast van laboratoria in een verstedelijkte samenleving en meer meldingen door burgers als uitvloeisel van minder schakels tussen consument en producent. Ofwel: het percentage van in beslag genomen drugs in Nederland zou juist wel eens veel hoger kunnen liggen in internationale vergelij­king. Althans, dit kunnen we met evenveel beweren.

Blijft over de derde factor: de mildere strafmaat voor drugsdelicten in ons land. Dit klopt waarschijn­lijk wel. Bijvoorbeeld in China zouden criminelen met XTC-productie de doodstraf riskeren. Ook hier geldt dat het rapport dit niet systematisch onderzoekt. Alleen een EMCDDA-onderzoek (Europees Drugs Observatorium) wordt met instemming aangehaald (pag. 36/37).

Kortom: ook van deze cruciale passage in het rapport - waarom Nederland? - blijft goed beschouwd maar heel weinig over.

  1. Conclusie: twijfelachtige bijdrage aan de politieke discussie

We moeten concluderen dat dit onderzoek helaas een weinig zinnige bijdrage levert aan de beleids­matige en politieke discussie over handhaving van het strafrechtelijk verbod, de benodigde politiecapaciteit, of juist meer regulering of eventueel legalisering van XTC en amfetamine. Op het eerste gezicht mag het een serieuze ondersteuning lijken van de vraag om meer geld en mankracht voor de politie. Maar in werkelijkheid vormt het onderzoek vooral het zoveelste bewijs dat er rond drugs en criminaliteit maar al te gemakkelijk sensationele verhalen zijn te maken. De discussie verdient veel beter onderzoek.

Stichting Drugs Beleid

September 2018

Stichting Drugsbeleid volop in de media

Een uitspraak van de nationale recherche leidde tot een mediarel

Recent stelde Wilbert Paulissen, de chef van de landelijke recherche, dat "de strijd tegen de georganiseerde drugscriminaliteit niet gewonnen kan worden als het gebruik van drugs niet drastisch vermindert.". Hij wilde volgens de Volkskrant een morele discussie beginnen over drugsbeleid.
 
In de mediarel die volgde op deze uitspraken, werden leden van de Stichting Drugsbeleid regelmatig uitgenodigd om hun visie te delen op deze discussie. De Stichting is van mening dat de criminalisering van de drugsmarkt leidt tot de problemen in de maatschappij, en dat niet de gebruikers verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor het huidige beleid. Alleen legalisering en strenge regulering hebben zich getoond als de meest duurzame oplossing voor het drugsbeleid, niet een veroordeling van bepaalde soorten levensstijlen.
 
Hieronder een interview met voorzitter Raimond Dufour op Radio 1, die helder uiteenzet welke denkfouten er worden gemaakt in dit debat, en hoe het beter zou kunnen.
 
 

Brief wiettop Almere 2008

Wiettop te Almere op 22 november 2008

Brief van mr R. Dufour aan de burgemeesters die deelnemen aan de Wiettopte Almere.
 
Punten voor de discussie over coffeeshops:
1. Grenssteden
- Succes: model Venlo: verplaatsing van 2 coffeeshops naar Duitse grens. Deze ontvangen zonder veel problemen 1,2 miljoen bezoekers per jaar die nu niet meer naar de binnenstad komen. Drugsrunners en staatdealers zijn zo goed als verdwenen uit het straatbeeld.
- Mislukt: sluiting van coffeeshops in Terneuzen; gevolg: toename overlast en illegale verkoop in de binnenstad en in de Belgische grensgemeente Zelzate.
 
2. Overige steden
Blijkens enquête van het blad Binnenlands Bestuur wordt vrijwel nergens overlast ervaren. – Voor de criminaliteit rond de achterdeur is de oplossing: regulering van de teelt.
- Voorraad: het onwerkbare 500-gram voorraad criterium lijkt meer en meer door Justitie gebruikt te worden om coffeeshops te sluiten. Het dient te worden verruimd of afgeschaft.
 
3. Het succes van de coffeeshop.
De beoogde scheiding cannabis/ overige drugs slaagt: in de coffeeshop wordt louter cannabis verkocht. De gereguleerde verkoop heeft voorkomen dat honderdduizenden gebruikers een strafblad of erger kregen. En de consumptie, ook van de overige drugs, ligt in Nederland rond het Europese gemiddelde.
 
4. Drugsverbód-criminaliteit.
Het zijn niet de drugs die leiden tot criminaliteit, maar het drugsverbód. De drugsverbod-criminaliteit omvat in onze landen rond de helft van de totale misdaad. Nergens ter wereld lukt het deze te beheersen. De enige doeltreffende bestrijding is regulering.
 
Geactualiseerd op Fri, 29 October, 2010

Brief en persbericht 09/2009

9-9-2009 Onderwerp: drugsbeleid

Persbericht:
 
Bijgaande brief stuurde de SDB gisteren aan regering en Tweede Kamer. De brief bevat ons standpunt over de 3 recente rapporten. De SDB acht het tijd voor fundamentele bezinning.
- repressie is: champagne voor de maffia,
- maar vergif voor de volksgezondheid!
- het slot moet van de achterdeur.
- ook in de VS daagt het licht.
- regulering maakt drugs saai: hoera!
 
De repressie veroorzaakt de helft van de totale criminaliteit (!) zodat politie en justitie niet meer aan hun normale werk toekomen, vergroot de gezondheidsrisico’s (want het gebruik wordt onveiliger maar vermindert er niet door), en kost aan elke Nederlander € 924 per jaar (waarvan € 1,6 miljard voor de overheid).
 
Het unieke experiment van de cofffeeshops bewijst dat de repressie onnodig is. Nederland is helemaal niet massaal aan de drugs geraakt. En met Obama is het internationale getij gunstig voor verandering.
 
Het Kabinet wil in feite echter niets veranderen; we mogen al blij zijn dat we de coffeeshops behouden. Zelfs het voorstel van de Commissie- van de Donk voor een voorzichtig experiment met de achterdeur (de teelt van cannabis voor coffeeshops), lijkt het niet te halen. Resteert alleen de mogelijkheid van een grotere voorraad: de geldende 500 gram is zoals iedereen weet totaal onwerkbaar. Over regulering van de andere drugs wordt al helemaal niet gesproken.
Onder deze coalitie blijft alles bij het oude. Men blijft enthousiast de drugsmaffia van goud geld voorzien, de volksgezondheid ondermijnen, en overheid en burgerij op kosten jagen. Waarom toch?
 
Contact: Raimond Dufour (zie briefhoofd), Rob Steinbuch: 0343-512491, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. en Freek Polak: 020-6624024, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 
***
 
STICHTING DRUGSBELEID
De Stichting Drugsbeleid (opgericht 1996) stelt zich ten doel bij te dragen aan de totstandkoming van een drugsbeleid met minder gezondheidsrisico’s en minder criminaliteit. Het bestuur bestaat uit onafhankelijke deskundigen en politici. In de Raad van Advies hebben oud-bewindslieden en prominente personen uit medische en juridische kring zitting.
website: www.drugsbeleid.nl
e-mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 
mr Raimond Dufour, voorzitter
adres: Groot Heiligland 67, 2011 EP Haarlem
tel/fax. 023-5310133
email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 
7 september 2009
 
Aan: de leden van de Tweede Kamer, en de ministers van VWS, Justitie en Binnenlandse Zaken.
 
Onderwerp: drugsbeleid
 
- repressie is: champagne voor de maffia,
- maar vergif voor de volksgezondheid!
- het slot moet van de achterdeur.
- ook in de VS daagt het licht.
- regulering maakt drugs saai: hoera!
 
Dames en heren,
 
De Stichting Drugsbeleid is verheugd dat nu drie stukken voorliggen voor een fundamentele bezinning op het drugsbeleid. Onderstaand geven wij onze visie.
 
Rapporten.
Het RIVM-rapport “Ranking van drugs” en de evaluatie van WODC / Trimbos verschaffen nuttige informatie, en het rapport van de Commissie-van de Donk bevat enkele goede voorstellen.
De rangschikking van drugs naar gezondheidsschade ontdoet drugs van hun mythologische dreiging door ze te vergelijken met alcohol en tabak: die blijken even schadelijk als de heroïne en cocaïne, en schadelijker dan cannabis, xtc en ghb.
De evaluatie laat zien of in het verleden voorgenomen maatregelen inderdaad zijn uitgevoerd. Manco is echter dat niet wordt verteld of die maatregelen het drugsprobleem daadwerkelijk hebben verminderd.
De Commissie-van de Donk is positief over de waarde van coffeeshops, trekt het afstandscriterium tot scholen in twijfel, en pleit voor onderzoek naar gereguleerde teelt voor besloten coffeeshops.
Het rapport van de Commissie vertoont echter een fundamentele lacune.
Te vrezen valt dat het regeringsstandpunt daaraan eveneens mank zal gaan.
 
Legalisering.
In de salon van het drugsdebat stommelt namelijk een grote olifant rond. Zijn naam: legalisering. Politici vermijden angstvallig in zijn richting te kijken. Het rapport-van de Donk noemt het l-woord alleen bij coffeeshops, en doet de optie zonder argumentatie af met “dat dit alleen kan gebeuren in een sfeer van internationale consensus”. De tijd is echter rijp voor serieuze overweging, om drie redenen die in het rapport-van de Donk niet of slechts versluierd aan de orde komen:
- a. de “collateral damage” van het drugsverbod
- b. het unieke succes van de coffeeshops, en
- c. het aantreden van president Obama
 
a. Collateral damage.
Het drugsverbod brengt wereldwijd maar ook in ons land verbijsterende ‘collateral damage” oftewel schadelijke neveneffecten met zich mee. Daarbij gaat het om criminaliteit, extra gezondheidsrisico’s en kosten.
 
Criminaliteit. Rond de helft van de totale criminaliteit in ons land is direct of indirect het gevolg van het drugsverbod. Hele bedrijfstakken als de onroerend-goed handel en horeca zijn aangetast, beroepsgroepen als politie, douane, gevangenispersoneel, notarissen, advocaten en accountants staan onder druk, en er zijn aanwijzingen dat ons land zeer in trek is voor het witwassen van drugsgeld. Internationaal zijn hele landen in de greep van drugsbendes, en is drugsgeld de motor van burgeroorlog en terreur.
Het rapport-van de Donk stelt over de drugscriminaliteit dat deze ‘beheersbaar’ is. Hoezo? “De harde aanpak van wiettelers door politie en justitie raakt de georganiseerde misdaad achter de wietteelt nauwelijks” zo blijkt uit recent onderzoek van de recherche Brabant (NRC dd 1-8-09). En er is “een sterke verwevenheid met andere drugsmarkten zoals die van de ecstasy en van cocaïne” schrijft de Commissie.
Zij pleit vervolgens voor een”versterking en verbreding van de strijd tegen de georganiseerde drugsmisdaad”.
Waar ter wereld heeft die strijd dan wel tot succes geleid?
In zijn brief dd 17 maart jl aan de Tweede Kamer schrijft minister Klink over het “Report on Global Illicit Drug Markets 1998-2007″ dat is uitgebracht op verzoek van de Europese Commissie: “Een belangrijke conclusie van het Commissierapport is dat er geen bewijs gevonden is waaruit kan worden afgeleid dat het werelddrugsprobleem in de afgelopen tien jaar gereduceerd is”. Hetzelfde geldt voor ons land.
Aan Einstein wordt het gezegde toegeschreven: “gekte is: telkens hetzelfde herhalen en elke keer een andere uitkomst verwachten”. De commissie vervalt hier dan ook in gekte. Blijven geloven in repressie is -gevaarlijke- gekte.
 
Extra gezondheidsrisico’s: Het drugsverbod levert, paradoxalerwijze, juist de jeugd en andere kwetsbare groepen die het wil beschermen over aan de criminaliteit. Het enige aantoonbare effect van nog meer repressie is het vergroten van de gevaren voor de volksgezondheid. Het oprollen van kleine wiettelers en xtc-producenten heeft geleid tot meer giftige pesticiden in wiet, dubieuzere xtc, het vervangen van xtc door ghb, en meer milieuschade bij de produktie. Wie wordt hier gelukkig van?
 
Kosten: Prof. Rigter (Erasmus-universiteit) berekende de kosten van rechtshandhaving van het drugsverbod door de overheid over 2003 op € 1,6 miljard (tijdschrift Addiction, 2006). Daarbovenop komen de kosten voor burgers en bedrijven. Het WODC berekende de totale kosten van de criminaliteit in ons land over 2006 op € 31,5 miljard (Haarlems Dagblad dd 10-11-07). Als de helft daarvan op conto komt van de misdaad die het drugsverbod veroorzaakt (een bescheiden schatting) kost het drugsverbod aan elke Nederlander € 924 per jaar. En wat krijgen we ervoor terug?
 
b. Coffeeshops: uniek succes!
In het licht van de kolossale schade die het drugsverbod veroorzaakt is het 30-jarige experiment van de coffeeshop een lichtend voorbeeld voor de hele wereld. Het heeft immers bewezen dat de angst voor regulering van drugs niet terecht is!
Resultaat van de unieke gereguleerde verkoop van cannabis: een gebruik rond het Europees gemiddelde, geen bewaarheid van de stepping-stone theorie, geen strafbladen en andere straffen voor honderdduizenden gebruikers, en geen criminaliteit bij de verkoop vanuit de coffeeshop. Dit is een resultaat dat het verdient om met verve te worden uitgedragen!
Ons land heeft tot dusverre in internationaal verband de coffeeshops slechts verdedigd door op de goede gevolgen voor de volksgezondheid te wijzen. Het heeft echter verzuimd het unieke succes ervan: het bewijs dat regulering mogelijk is zonder dat gebruik en verslaving uit de hand lopen, ten principale en officieel aan de orde te stellen.
 
De resultaten van ons soft- maar ook van ons harddrugsbeleid geven alle aanleiding om verder te gaan op het pad van regulering voor alle drugs.
Onder regulering verstaan wij het toestaan van productie, verkoop en gebruik onder regels, die gericht zijn op een zo gering en veilig mogelijk gebruik en zo min mogelijk schade voor de samenleving. De koninklijke weg is via wettelijke regeling, maar in de praktijk kan het evengoed via algemeen geldende gedoogregels.
Regulering betekent dat er een legale markt voor drugs ontstaat. Dat is zonder twijfel de énige manier om de drugscriminaliteit uit te bannen. Allen die pleiten voor het voortzetten en zelfs verscherpen van de repressie, zoals voor nóg meer inzet van politie en justitie, voor nóg hogere straffen en het sluiten van alle coffeeshops (sic!), dienen te beseffen dat zij zich daarmee tot bondgenoot van de drugsmaffia maken. De verzamelde drugshandel wordt schatrijk door het verbod, laat bij elke verscherping ervan de champagnekurken knallen, en is maar voor éen ding benauwd: regulering!
 
c. Obama; VN-verdragen.
Als Nederland stappen zet richting het reguleren van cannabisteelt, en de produktie en verkoop van de andere drugs, zal de reactie van de VS fundamenteel anders zijn dan in het verleden. Obama heeft verklaard dat hij het drugsbeleid zal stoelen op zakelijke, niet ideologische basis. Medische verstrekking van cannabis wordt in de VS niet meer federaal bestreden, en overal ontstaan cannnabisclubs. Mede door de andere wind in de VS gaan in Latijns Amerika steeds meer landen over tot decriminalisatie van gebruikers. Het internationale politieke getij oogt zeldzaam gunstig.
Reguleringsmaatregelen mogen ook niet worden afgewezen met beroep op de drugsverdragen die dat onmogelijk zouden maken. In de hoorzitting die de Tweede Kamer op 9-2-2006 hield over regulering van de ‘achterdeur’ voerden wij daartoe de nodige argumenten aan; onze toen uitgesproken visie gaat als bijlage hierbij (1). Met andere sprekers waren en zijn wij van mening dat de conventies deze mogelijkheid wel degelijk toestaan, mits het betrokken land een staatsbureau instelt dat die markt reguleert. Daarnaast biedt het opportuniteitsprincipe voldoende ruimte.
 
De SDB stelt de volgende maatregelen voor:
 
1. Internationaal: inzet voor modernisering van de VN-organisaties voor het internationale drugsbeleid: CND, INCB en UNODC. Het recente overleg in Wenen heeft aangetoond dat dit hard nodig is. Ze zijn niet in staat gebleken tot objectieve evaluatie en aansluiting bij het beleid van andere VN-organen zoals WHO, UNAIDS en de Hoge Commissaris voor Mensenrechten.
2. Bij de EU en vervolgens bij het VN-drugsbureau en in de CND het fundamentele debat over nut en noodzaak van de prohibitie aan de orde stellen.
3. Coffeeshops: toevoeging aan de AHOJG-criteria van een criterium “T”: coffeeshops mogen slechts hennep leveren die afkomstig is van een erkende teler; de teler-met-vergunning mag slechts leveren aan coffeeshops. Zie voor gedetailleerde uitwerking onze brochure “Coffeeshop uit de schaduw”. Het model dat de Commissie-van de Donk voorstelt: gereguleerde teelt en grotere voorraad alleen bij besloten cannabisclubs, is zinvol maar te beperkt. In steden als Amsterdam bestaat grotere behoefte deze regulering ook mogelijk te maken voor het bestaande model van de open coffeeshop. De Commissie wijst dat af omdat handhaving te lastig zou zijn. Waarom? Wij stellen voor, aan de gemeentelijke driehoeken de vrijheid te geven om zelf hun model(len) te kiezen; die zijn mans genoeg!
4. Instelling van een nationaal Drugsbureau, zoals het VN-moederverdrag inzake drugs: het Enkelvoudig Verdrag voorschrijft. Het Drugsbureau controleert de telers. In aanleg bestaat dit al voor het toezicht op de medicinale teelt. Aan een nationale drugstsaar, zoals de Commissie-van de Donk bepleit, zien wij geen behoefte.
5. Verruiming of schrapping van het 500-gram voorraadcriterium. Want wat is de ratio ervan? Zeker na invoering van punt-3 is het zinloos (2).
6. Afschaffing van het afstandscriterium tot scholen; dat heeft geen zakelijke grondslag en schept onnodige problemen. De Commissie-van de Donk pleit hier ook terecht voor.
7. Jeugd: het wijd verspreide gebruik onder jeugdigen bewijst dat het verbod niet effectief is. Regulering van de cannabisteelt bevrijdt de coffeeshops uit de sfeer van criminaliteit. Als mede daardoor een adequaat netwerk van coffeeshops over het land ontstaat zal de zwarte markt voor cannabis grotendeels verdwijnen. Er blijft dan alleen een kleine restmarkt voor jeugdigen over. Deze is weinig interessant voor criminele benden, die dan bovendien makkelijker te bestrijden zijn. Pas dán ontstaat effectieve bescherming voor de jeugd! Ook wordt pas bij regulering voorlichting geloofwaardig. Dat alles geldt evenzeer voor de overige drugs.
8. Overige drugs. Recreatieve gebruikers: het overgrote deel van de consumenten ondervindt noch veroorzaakt problemen door het gebruik van XTC, cocaïne, GHB en amfetamine. Productie en verkoop van deze drugs veroorzaken echter enorme criminaliteit. Bovendien lopen de gebruikers onnodige gezondheidsrisico’s. Er dienen daarom proefprojecten te worden opgezet met gereguleerde productie en verkoop aan groepen recreatieve gebruikers (3).
9. Probleemgebruikers: de huidige heroïneverstrekking is aan zulke beperkende voorwaarden gebonden dat deze slechts voor een deel van de populatie bereikbaar is. Nu het experiment geslaagd blijkt is er geen reden meer daarvoor en kan-zolang er nog geen legale markt is- de verstrekking verruimd worden. Daarnaast dienen er mogelijkheden te komen voor de verstrekking van cocaïne en amfetamine aan probleemgebruikers. Pas als zij net zoals alcoholisten hun middelen op een goede manier kunnen verkrijgen, maar dan tóch doorgaan met criminele gedragingen, kan men met de Commissie-van de Donk stellen dat gedwongen opsluiting via ISD en BOPZ gerechtvaardigd is. Nú zijn die ‘maatregelen’ die in feite tot levenslange opsluiting kunnen leiden, evident in strijd met elementaire mensenrechten!
10. Paddo’s- het verbod ontbeert zakelijke grondslag, vergroot de clandestiene markt en dient te worden vervangen door regulering; daarbij zijn de voorstellen van burgemeester Cohen van Amsterdam voor een 3-daagse “reflectieperiode” het overwegen waard.
 
Ter afsluiting nog dit.
Een Engelse commentator prees het Nederlandse drugsbeleid met de woorden: ‘Nederland is er in geslaagd drugs saai te maken’. Hij heeft in zoverre gelijk dat een goed begin is gemaakt.
Laat de nieuwe Drugsnota aangeven hoe het karwei zal worden voltooid. Regulering doet het drugsprobleem ineen schrompelen tot wat het in wezen is: een bescheiden onderdeel in het ruime veld van de volksgezondheid. Vrij saai!
 
Hoogachtend,
 
mr R. Dufour, voorzitter van de Stichting Drugsbeleid
 
bijlagen:
1. Visie inzake regulering en de drugsverdragen dd 5-2-2006
3. Notitie coffeeshops dd 20-4-09
4. Notitie proefprojecten recreatief harddrugsgebruik dd 20-4-09.

Copyright © 2015 Stichting Drugsbeleid. All rights reserved.
Webhosting